9 dingen die je leert van vakantiestress

Terwijl single moeder Jorinde (40) met een kapotte airco en dertig graden Celsius vast staat in minstens tweehonderd kilometer file op de Autoroute du Soleil, slaat de schrik haar om het hart. O god, de katten… helemaal vergeten. Net als het paspoort van jongste zoon, trouwens – of toch niet? Had ze de voordeur nou wel op slot gedaan? En waar is die zak met broodjes? Vakantiestress: komende jaren pakt ze het écht heel anders aan.

Goed, toegegeven: de monsterrit over de Franse péage is alweer een paar jaar geleden. De katten hebben al tijden plaats gemaakt voor een hond, de airco werkt weer, zonen van toen zes en acht zijn inmiddels tamelijk zelfredzame prepubers, en die zak broodjes regelen ze nu zelf maar: ongesmeerde bolletjes en een pak kaas zijn een uitstekend tijdverdrijf voor op de achterbank, heb ik na een kleine veertigduizend kilometer over buitenlandse autowegen in mijn eentje met twee kinderen wel geleerd.

‘De katten hebben het overleefd’

Maar dat is niet het enige. Los van dat tijdig oppas voor de huisdieren regelen een buitengewoon goed idee is (met die katten kwam het trouwens helemaal in orde: buurvrouw verzorgde ze keurig tweemaal daags van onverantwoorde hoeveelheden voedsel, waardoor de katten niet alleen óns niet meer herkenden toen we terugkwamen, maar wij hen ook niet meer), heb ik het nodige geleerd van al mijn vakantiestressmomenten.

  1. Dat ik schijt heb aan goedbedoelde tips om stressvrij op vakantie te gaan, bijvoorbeeld. “Zorg dat je uitgerust vertrekt.” Yeah, right: dat is toch serieus de beste grap in tijden? Net zoiets als de Lowlands-tips van de dames van The Green Happiness: “Drink voor het slapen gaan een kopje kamillethee.” Uhuh. En “zorg dat je de laatste dagen voor vertrek geen grote dingen meer moet regelen” zeker? Terwijl school natuurlijk altijd besluit precies in diezelfde dagen voor de zomervakantie alle oudergesprekken, presentaties van werkjes en eindmusicals te plannen, je uitgerekend op de dag voor vertrek nog een onmisbare vergadering op werk hebt, sportclubs uiteraard nog een week langer doorlopen dan uitkomt, en je er tijdens het inpakken van de koffers pas achter komt dat de zwembroeken van de kinderen te klein zijn en de petjes en zonnebrandcrèmes kwijt. Uitgerust? Ménsen: niks is zo hard werken als op vakantie gaan.
  2. En dat ik dus ook maar gewoon accepteer dat ik in de eerste dagen op vakantie genadeloos instort. Waar de kinderen zich in mei al op verheugen, omdat dat standaard drie dagen zwempret (en dus géén oersaaie stedenbezoeken en ander ‘vet stom’ cultureels) betekent en zeker drie ijsjes per dag, als mama maar languit op haar ligbed kan. Met op haar beurt zeker drie rosé. En iedereen gewoon verplicht de hele vakantie siësta’s houdt. Je weet wel: when in Rome, do as the Romans do.
  3. Net zo goed als ik accepteer dat zoals de zorg voor kinderen niet altijd leuk is, het op vakantie dus ook niet non-stop lachen, gieren, brullen is. Ja, de kinderen slaan elkaar de hersens in. Terwijl ik zelf dreig te bezwijken onder veertig graden in de schaduw en mijn zenuwinzinking uit punt 2. Maar ik drink er gelukkig wel een verdomd goeie Sancerre bij, met uitzicht op een niet te versmaden donkere Fransman.

Lees verder op kekmama.nl

Beeld: Getty Images